Gestolen Van Gogh terug bij Van Lanschot

Door: F. Van Lanschot Bankiers  16-03-2006
Trefwoorden: Finance, Banken, Kunstroof

Het in mei 1999 gestolen schilderij van Vincent van Gogh is vandaag weer teruggebracht bij Van Lanschot. Dit paneel, een olieverfschildering genaamd "De knotwilg", is een uniek werk uit de vroege Nuenense periode. Het Van Gogh paneel is tijdens de persconferentie over de jaarcijfers van Van Lanschot door Jac Nouwens, Hoofd districtrecherche 's-Hertogenbosch van politie Brabant-Noord, aan bestuursvoorzitter Floris Deckers overgedragen. "We zijn bijzonder verheugd dat we op de dag dat we de voortreffelijke jaarcijfers bekend maken ook nog eens deze bonus aan ons resultaat kunnen toevoegen. Onze complimenten gaan uit naar het rechercheteam van Politie Brabant-Noord, dat er in geslaagd is om dit unieke kunstwerk haar rechtmatige plaats in Brabant terug te bezorgen" aldus Floris Deckers.

Het paneel "De knotwilg" werd tussen woensdagavond 12 mei en vrijdagmorgen 14 mei 1999 ontvreemd uit het hoofdkantoor van Van Lanschot aan de Hooge Steenweg te 's-Hertogenbosch. Twee verdachten zijn inmiddels aangehouden. In het belang van het onderzoek kunnen momenteel nog geen nadere mededelingen worden gedaan. "De knotwilg" zal onder strikte bewaking weer een prominente plaats krijgen op het hoofdkantoor van Van Lanschot.

Geschiedenis van "De knotwilg" van Vincent van Gogh
Op 24 november 1885 stapt Vincent van Gogh op de trein om nooit weer in Brabant terug te keren. Een van laatste werken die hij in Nuenen schilderde is " De knotwilg"; hij werkte eraan in het najaar 1884 en het voorjaar 1885.

De banden tussen de familie van Gogh en Brabant zijn oud. Grootvader was predikant in Breda. Zoon Theodorus stond van 1849 tot 1871 in Zundert. Er volgde een beroep in Helvoirt en in 1875 in Etten. In 1882 werd de pastorie daar verruild voor die van Nuenen. In 1851 trad dominee "Dorus" van Gogh in het huwelijk met Anna Carbentus, de zuster van de vrouw van zijn broer Vincent; deze laatste werkte in het Haagse filiaal van de kunsthandel Goupil.
Op 30 maart 1853 werd Vincent van Gogh geboren, gedoopt in het kerkje van Zundert op 24 april. Na een paar jaar Rijks HBS in Tilburg ging hij bij zijn oom in de kunsthandel werken. Maar Vincent miste de sociale vaardigheid om met de (mondaine) klanten om te gaan. Hij ging in Amsterdam theologie studeren maar vond dat veel te theoretisch. Hij wilde de praktijk in en zo belandde hij in Laken bij Brussel. Daar kreeg Vincent een spoedcursus "cathechiseermeester" en vertrok naar de Borinage, de Belgische mijnstreek. Zieken verzorgen ging hem goed af, in de verkondiging van het Woord blonk hij evenwel niet uit. Vincent kreeg daarom ook geen vaste aanstelling.
Inmiddels was hij wel gaan tekenen en het plan rijpte kunstenaar te worden. In Brussel leerde hij de schilder Anthon van Rappard kennen. Brodeloos en dakloos trok Vincent van Gogh in 1883 in Nuenen bij zijn ouders in. Voor hun probleemkind richtten zij de mangelkamer als atelier in. Om meer vrijheid te hebben huurde hij een jaar later ruimte om te werken bij de koster van de katholieke kerk.

De broer van zijn vader, Theo van Gogh, woonde inmiddels in Parijs en stuurde geld in ruil voor tekeningen en schilderijen. Thema`s waren de natuur rondom Nuenen en het stilleven. Daarnaast kreeg hij belangstelling voor het portret waarvoor de locale boerenbevolking model stond.
Op 26 maart 1885, na een lange wandeling, zakte dominee van Gogh op de stoep van de pastorie ineen en stierf. Zoon Vincent kreeg het moeilijk in de pastorie temeer omdat de pastoor zijn parochianen verbood nog langer model te staan. Hij besloot naar Antwerpen te gaan: op 24 november 1885 verliet hij Brabant.
Moeder van Gogh moest de pastorie uit en nam ook al wat Vincent achter gelaten had mee naar Breda. Later verhuisde zij naar Leiden, maar liet de dozen met Vincents spullen achter bij een timmerman. Deze verkocht de dozen later met medeweten van Mevrouw van Gogh aan de opkoper van Brakel. En zo kwamen de schilderijen en tekeningen in het bezit van de Rotterdamse kunsthandel Oldenzeel. Die hield er in 1903 een tentoonstelling van waar de invloedrijke kunstcriticus H.P.Bremmer een inleiding hield. Op zijn aanraden kochten vooraanstaande Rotterdamse families werk van de in 1890 overleden kunstenaar. Het schilderij " De knotwilg" kwam in het bezit van de familie Van Hoey Smith. Via de Amsterdamse kunsthandel E.J.van Wisselingh & Co. werd het vervolgens eerst verkocht aan een Canadese verzamelaar en daarna, in 1994, aan F.van Lanschot Bankiers.

Trefwoorden: Banken, Finance, Kunstroof

Contact F. Van Lanschot Bankiers

Website - Geen ingevoerd

E-mail - Geen ingevoerd

Deze pagina afdrukken

Share