Succes Nederlandse maakindustrie kwestie 'gedreven ondernemerschap'

Door: F. Van Lanschot Bankiers  04-10-2006
Trefwoorden: Innovatie, Maakindustrie

De maakindustrie in Nederland is beslist geen verloren zaak. Bedrijven in deze sectoren moeten vooral leren van andere succesvolle ondernemingen in de sector en niet wachten op initiatieven vanuit de overheid. Wil de overheid innovatie in Nederland op een hoger plan krijgen, dan zal zij veel gerichter moeten acteren bij het verstrekken van 'geduldkapitaal', meer moeten investeren in de samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijfsleven en de aantrekkelijkheid van technisch onderwijs vergroten.
Dit en meer blijkt uit het vandaag gepubliceerde onderzoek van Van Lanschot Bankiers en onderzoeksinstituut NYFER, genaamd 'Parels van de Nederlandse Maakindustrie'.

Er zijn, aldus Van Lanschot, volop kleine, uiterst succesvolle bedrijven in de maakindustrie die er zelfs in slagen om in hun niche mondiaal marktleider te worden. Deze 'parels' zijn zonder uitzondering zeer innovatief en trekken volstrekt hun eigen plan. Zij durven vergaande keuzes te maken en onderscheiden zich daarin van minder succesvolle bedrijven. Deze 'eigenzinnigheid' zou meer dan nu gebeurt als inspiratiebron moeten dienen voor andere bedrijven. Te veel ondernemingen nemen niet zelf het voortouw op het gebied van innovatie, maar lijken af te wachten tot de overheid met stimulerende maatregelen komt.

De 'parels' laten zien dat industriële productie in Nederland geen verloren zaak is. Integendeel, de onderzochte bedrijven bevestigen dat de industrie tot de meest dynamische, creatieve en vernieuwende sectoren van de Nederlandse economie behoort. De succesvolle bedrijven wachten ook niet op de overheid totdat deze subsidies beschikbaar stelt om innovatie op gang te brengen; ze nemen zelf initiatief. Daarentegen verwachten ze wel dat de overheid het algemene klimaat rondom innovatie krachtiger stimuleert.

De overheid dient, aldus Carlos van der Linden, directeur van Van Lanschot Zakenbank, met name voorwaarden te scheppen op maat, in plaats van generieke oplossingen aan te dragen. Van dat laatste is nu sprake bij het Innovatieplatform. Ook zouden bankiers veel meer dan nu het geval is, betrokken moeten worden bij innovatiebeleid. Bijvoorbeeld bij het opzetten van speciale beleggingsfondsen om innovatie makkelijker te financieren met zogenaamd 'geduldkapitaal'. 'De overheid kan in dat geval het voortouw nemen om risico's voor beleggers te dempen, fiscale faciliteiten te treffen of een betere bescherming van ontwikkelde technologie te bieden. Een concrete maatregel als het opnemen van een octrooibox in de Vennootschapsbelasting, zoals het kabinet nu heeft voorgesteld, is op zich een goede stap, maar ook het vestigen van patenten moet eenvoudiger en goedkoper worden gemaakt'.

POSITIE OP DE WERELDMARKT
Het onderzoek richtte zich op tien zeer succesvolle bedrijven (jaaromzet 10-150 miljoen euro) in de Nederlandse maakindustrie. Alle hebben eigen producten waarmee zij erin geslaagd zijn op een specifieke markt spelers van wereldformaat (top 3) te worden. Ze excelleren in meer of mindere mate op het gebied van innovatie, hebben een sterke focus en streven naar marktleiderschap. Hun financiële horizon is lange termijn. Ze nemen stuk voor stuk als ondernemer risico's en accepteren tegelijkertijd mislukkingen. Trots, creativiteit en vrijheid lopen als rode draad door het bedrijf.

Alle 'parels' in dit onderzoek zijn er diep van doordrongen dat zij continu moeten innoveren om hun positie op de wereldmarkt te behouden en verder te versterken. Hun drang tot innovatie blijkt uit hun investeringen in onderzoek en ontwikkeling: sommige 'parels' besteden 15% van hun omzet aan R&D, terwijl de gemiddelde uitgaven van de Nederlandse industrie op 5% liggen. Binnen het innovatieproces werken de 'parels'
nauw samen met hun klanten en toeleveranciers, die hen van nuttige feedback voor verdere innovatie voorzien. Ook door intensieve contacten met universiteiten, technologische instituten en andere kennispartners slagen de bedrijven erin om hun concurrenten telkens voor te blijven.

GEDULDKAPITAAL ESSENTIEEL
De langetermijnvisie die voor innovatie vereist is, stelt ook bijzondere eisen aan de financiering. 'Geduldkapitaal is erg belangrijk voor de bedrijven in dit rapport', zegt Van der Linden. 'Het zijn familieondernemingen, oftewel zodanig gestructureerd dat leiding en eigendom nauw samenvallen. In familieondernemingen is de bereidheid om genoegen te nemen met beperkt rendement op korte termijn in afwachting van hoger rendement op langere termijn vaak groter dan bij beursgenoteerde ondernemingen.'

Cruciaal bij het faciliteren van 'geduldkapitaal' is het beoordelen van risico en rendement, hetgeen gezien de specifieke markt waarin bedrijven opereren heel veel expertise vereist en niet gemakkelijk voorhanden is.
'Hier moet beter samengewerkt worden door bedrijven, instellingen en overheid om de gewenste 'dieptekennis' te mobiliseren, zodat innovatieprojecten beter en veel sneller op haalbaarheid beoordeeld kunnen worden. Iedereen profiteert hiervan, ook de bedrijven zelf', vervolgt Van der Linden. Hij wijst in dit kader ook op de zogenaamde 'reinigende werking' die van deze aanpak uitgaat: alleen die projecten worden opgepakt, die als haalbaar of minstens kansrijk worden gezien.

Het onderzoek komt op een moment dat het innovatiebeleid sterk in de belangstelling staat en breed wordt geëvalueerd. 'Al jaren lijkt outsourcing naar het goedkope buitenland het parool in de maakindustrie.
Op zich is dat niet verkeerd mits activiteiten die verplaatst worden naar het buitenland in Nederland plaatsmaken voor R&D-intensievere activiteiten, dus met een hogere toegevoegde waarde', zegt Leo van der Geest van NYFER. 'De parels uit het onderzoek zijn in Nederlandse handen en concentreren een substantieel deel van hun productie en R&D in Nederland. Zij hebben ook geen plannen om naar een lagelonenland te verhuizen. Integendeel, zij vinden dat Nederland uitstekende mogelijkheden biedt om succesvol te ondernemen en te produceren. Hun internationale prestaties ondersteunen die opvatting.'

POSITIEF KLIMAAT
Van Lanschot zegt zelf meerdere van dit type bedrijven in haar klantenbestand te hebben. 'We stoorden ons aan het algemene beeld dat Nederland er niet in slaagt om de maakindustrie te behouden. De overheid moet constructievere signalen afgeven om dat algemene klimaat positief te keren. Dat is goed voor de interesse in technisch onderwijs en de kansen die werken in de industrie oplevert.'

Bedrijven zelf moeten volgens Van der Linden de handschoen oppakken en een voorbeeld nemen aan de onderzochte 'parels' uit het onderzoek.
'Ondernemingen die weten wat ze willen en die echt iets bijzonders kunnen, die hoeven echt niet naar China of Bulgarije te verhuizen om te overleven. Die zetten de poorten wijd open voor talent, durven hun nek uit te steken en zoeken hun eigen weg. Onze 'parels' uit het onderzoek vertegenwoordigen de 'best practices', niet alleen wat betreft technologische innovatie maar ook op het terrein van verkoop, distributie en bedrijfscultuur.'

GERICHTE INNOVATIEFONDSEN
Veel innoverende bedrijven maken de laatste jaren voor de financiering van nieuwe ontwikkelingen gebruik van private equity. Door een zware financieringsdruk op de cashflow en soms ongewenste effecten op de eigendomsstructuur, is dit echter niet altijd zonder gevaar voor de desbetreffende ondernemingen. Van Lanschot denkt dat 'faciliteiten op maat' daarom vaak meer effect zullen hebben. Van der Linden: 'Dat kan bijvoorbeeld door oprichting van speciale innovatiefondsen, die door overheid en/of private equity kapitaal 'gefund' worden. Wij denken dat banken een rol kunnen spelen bij het samenbrengen van investeerders die bij voldoende spreiding kunnen beleggen in zo'n innovatiefonds. Daarnaast biedt Van Lanschot Bankiers zelf ook financieringsmogelijkheden in de vorm van eigen participaties of 'mezzanine' financieringen via een eigen fonds.'

Op 13 november a.s. organiseert Van Lanschot Bankiers een seminar in De Fabrique te Maarssen met als thema 'Kiezen voor ondernemers in de Maakindustrie'. Naast een toelichting op het onderzoek zullen staatssecretaris Karien van Gennip, topondernemer Jan Aalberts en FME-CWM voorzitter Jan Kamminga hun visie geven op de toekomst van de Nederlandse Maakindustrie.

Trefwoorden: Innovatie, Maakindustrie

Contact F. Van Lanschot Bankiers

Website - Geen ingevoerd

E-mail - Geen ingevoerd

Deze pagina afdrukken

Share