Veenhoopfestival Vonnis 2008

Door: Zillinger Molenaar & Verdonk Heerenveen (Friesland)  07-07-2008
Trefwoorden: Advocaten, Bedrijf, Advocaat

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht


Vonnis in kort geding in gevoegde zaken van 1 juli 2008

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 89657 / KG ZA 08-181 van

[eiser],
wonende te De Veenhoop,
eiser,
procureur mr. R.C.M. Kamsma,

tegen

1. de stichting STICHTING DORPSFEESTEN DE VEENHOOP,
gevestigd te Drachten,
procureur mr. M.A. Jansen,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE SMALLINGERLAND,
zetelend te Drachten,
procureur mr. J.B. Dijkema,
advocaat mr. W.E.M. Klostermann te Zwolle,
gedaagden,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 89939 / KG ZA 08-203 van

[eiser],
wonende te De Veenhoop,
eiser,
procureur mr. R.C.M. Kamsma,

tegen

1. de vennootschap onder firma [naam onderneming] V.O.F..
gevestigd te [plaatsnaam],
en haar vennoten:
2. [x],
3. [y],
beiden wonende te [plaatsnaam],
gedaagden,
procureur mr. B.J. van Popta.


Partijen zullen hierna [eiser], de stichting, de gemeente en [x] genoemd worden.


1. De procedures
1.1. Het verloop van de procedures blijkt uit:
- de dagvaardingen van respectievelijk 18 en 20 juni 2008
- de gezamenlijke mondelinge behandeling van 24 juni 2008
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van de stichting
- de pleitnota van [x]
- de pleitnota van de gemeente.
1.2. [eiser], de stichting en de gemeente hebben producties overgelegd. Ten slotte is vonnis bepaald.


2. De feiten in beide zaken
2.1. Sinds jaar en dag wordt bij De Veenhoop het zogenaamde Veenhoopfestival georganiseerd. Het Veenhoopfestival is een muziekfestival dat vier dagen duurt en dat plaats vindt voorafgaand aan en tijdens het SKS-skûtsjesilen. Van meet af aan heeft het festival plaatsgevonden op een voor een groot deel de gemeente in eigendom toebehorend terrein nabij het Grietmansrak. Voor de organisatie van het Veenhoopfestival is de stichting in het leven geroepen. De laatste jaren heeft de stichting [x] ingeschakeld om de horeca en catering voor het festival te verzorgen.
2.2. Pal naast de locatie waarop het Veenhoopfestival tot nu toe plaatsgevonden heeft, ligt het terrein van [eiser] alwaar hij woont en een jachthaven en camping exploiteert. [eiser] heeft dat terrein in 2000 van de gemeente gekocht.
2.3. Bij besluit van 23 juni 2006 heeft de gemeente vrijstelling ex artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verleend van de bestemming "laagveenontginning" van het bestemmingsplan "Buitengebied" voor het jaarlijks organiseren van het Veenhoopfestival gedurende twee weken per jaar in de periode vanaf 11 juli tot en met 1 augustus, waarvan vier dagen voor het festival en de overige dagen voor het inrichten van het terrein en op- en afbouwen van de voorzieningen behorende bij het festival onder meer een feesttent, catering, sanitaire voorzieningen, camping en parkeergelegenheid een en ander zoals is weergegeven in ruimtelijke onderbouwing welke als bijlage I bij het besluit is gevoegd op de percelen kadastraal bekend als gemeente Boornbergum, sectie F, nummer 2685, 5, 16250, 49 deels, 1835 deels, 13 deels, 14 deels, 50, 51, 2081, 1435, onder de voorwaarde dat de verlichting gelet op de Ecologische beoordeling Festival De Veenhoop binnendijks gericht dient te worden. De vrijstelling ziet op de percelen van de gemeente, kadastraal bekend gemeente Boornbergum, sectie F, nummers 2685, 5, 49, 1835 en 13, waarop het festival in hoofdzaak wordt gehouden. De overige in de vrijstelling vermelde percelen behoren derden in eigendom toe. Deze percelen fungeren vooral als parkeerterrein.
2.4. In 2006 heeft [eiser] bij de voorzieningenrechter van de sector bestuur van deze rechtbank om schorsing van de voor het festival door de burgemeester en door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente verleende toestemmingen verzocht, waaronder de verleende vrijstelling ex artikel 19 WRO. In het kader van die procedure hebben [eiser] en de stichting op 18 juli 2006 een vaststellingsovereenkomst gesloten met de volgende inhoud, voor zover hier van belang:

In aanmerking genomen dat: (…)
b) Partijen zijn in overleg getreden om tot een vergelijk te komen, waarvan het resultaat zou moeten zijn, dat de (…) procedures door de heer [eiser] worden ingetrokken en het Veenhoopfestival (…) van 28 t/m 31 juli 2006 op de huidige locatie nabij het Grietmansrak bij De Veenhoop doorgang kan vinden, in ruil waarvoor de stichting garandeert, dat het Veenhoopfestival na het festival van 2006 niet weer op deze locatie zal plaatsvinden, maar op een plek, die veel verder is gelegen van het bedrijf en de woning van de heer [eiser]. (…)
Komen overeen als volgt:
1. De stichting garandeert, dat het Veenhoopfestival niet meer op de huidige locatie naast het perceel van de heer [eiser] zal worden georganiseerd na het Veenhoopfestival van 2006. (…)
5. De stichting past haar aanvraag met betrekking tot de door het College van Burgemeester en Wethouders van Smallingerland op 23 juni 2006 verstrekte vrijstelling ex artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening aan, in die zin, dat nog slechts een vrijstelling voor het festival van 2006 wordt aangevraagd en eerdergenoemd College aldus de vrijstelling aanpast. Dit doet niet af aan de garantie van de stichting, zoals die hierboven omschreven onder 1, inhoudende dat het Veenhoopfestival na 2006 niet meer op de huidige locatie zal worden georganiseerd.

2.5. Bij brief van 19 juli 2006 heeft de stichting de gemeente verzocht om de vrijstelling ex artikel 19 WRO aldus aan te passen dat dit verzoek beperkt is tot het jaar 2006. De gemeente heeft hierop niet gereageerd.
2.6. De stichting is daarna in overleg met de gemeente getreden over een andere locatie voor het Veenhoopfestival.
2.7. Het vrijstellingsbesluit van 23 juni 2006 is onherroepelijk geworden.
2.8. [eiser] heeft de stichting in 2007 toestemming gegeven om het Veenhoopfestival in 2007 nog één keer op de oude locatie aan het Grietmansrak bij de Veenhoop te organiseren.
2.9. De stichting is met de gemeente in gesprek gebleven om toestemming van de gemeente te verkrijgen om het Veenhoopfestival in 2008 op een van de voorgaande jaren afwijkende locatie te organiseren. De stichting heeft een aantal alternatieve locaties aangedragen, die de gemeente (onder meer op advies van de politie) niet geschikt heeft bevonden. Daarnaast heeft de stichting met [eiser] onderhandeld over het laten plaatsvinden van het Veenhoopfestival op de oude locatie.
2.10. Na een aanvraag daartoe van de stichting van 2 april 2008, heeft de gemeente op 11 april 2008 aan de stichting een evenementenvergunning verleend op grond van artikel 2.2.2. van de Algemene Plaatselijke Verordening Smallingerland 2005 (hierna: APV) voor het organiseren van het Veenhoopfestival in de periode 11 tot en met 14 juli 2008 op de oude locatie aan het Grietmansrak.
2.11. In of omstreeks april 2008 is het de stichting duidelijk geworden dat de gemeente definitief niet bereid is om haar medewerking te verlenen aan de organisatie van het Veenhoopfestival 2008 op een alternatieve locatie. In die periode is het de stichting ook duidelijk geworden dat [eiser] niet nog eens toestemming zou verlenen om het Veenhoopfestival in 2008 op de oude locatie te laten plaatsvinden. Begin april 2008 is besloten dat [x] het festival zou organiseren, omdat Diba International Concerts BV, die de artiesten voor het festival verzorgt, met de stichting niet verder kon.
2.12. In de Leeuwarder Courant van 15 mei 2008 is -onder meer- gepubliceerd:

Het Veenhoop Festival gaat door. Die garantie gaf burgemeester Bert Middel gisteravond aan verontruste dorpsbewoners en de gemeenteraad van Smallingerland. (…) Hoewel het festivalbestuur twee jaar geleden met recreatieondernemer [eiser] afsprak dat het feest niet weer op de traditionele plaats aan het water gehouden zou worden, gebeurt dit toch, zegt Middel. (…) "Mocht het toch misgaan, dan grijpen we elke mogelijkheid aan een Veenhoop Festival of een festival in de Veenhoop mogelijk te maken." Met dit laatste doelt de burgemeester op de mogelijkheid dat anderen een feest, eventueel onder een andere naam, organiseren op de bewuste plek aan het wedstrijdwater voor het skûtsjesilen. Het festivalbestuur wacht de rechtszaak die [eiser] wil aanspannen vanwege schending van de afspraak niet af. "As de tinte der al stiet, is it te let", zegt bestuurslid [a]. "Wy tinke net alinne oer aore oplossings, wy wurkje der ek al oan". [a] belooft dat de gestrikte bands gewoon komen in het populaire eerste weekeinde van de bouwvak.

2.13. Bij brief van 7 juni 2008 heeft de stichting de gemeente verzocht om de vergunningen voor het Veenhoopfestival van 11 tot en met 14 juli 2008 op de oude locatie in te trekken. De stichting heeft aan de gemeente laten weten dat zij afziet van de organisatie van het Veenhoopfestival vanwege de grote problemen die zij met [eiser] verwacht.
2.14. Bij brief van 7 juni 2008 heeft [x] de gemeente geschreven:

Wij hebben begrepen dat het bestuur van het Veenhoopfestival dit jaar het festival niet kan en zal organiseren. Dat vinden wij heel jammer! Wij hebben de laatste jaren de bar-exploitatie en de catering voor dit festival verzorgd. Wij hebben er groot belang bij dat dit festival wel gehouden wordt. Dat is de reden waarom wij besloten hebben de organisatie van het festival voor dit jaar op ons te nemen. Wij vragen u ons de vereiste vergunningen e.d. te verlenen. (…)

2.15. In de Leeuwarder Courant van 11 juni 2008 is -onder meer- gepubliceerd:

De 57-ste editie van het festival is op de plek aan het water waar het al jaren plaatsvindt, ondanks de strubbelingen met recreatie-ondernemer [eiser]. Onlangs garandeerde burgemeester Bert Middel van Smallingerland dat het festival daar zou zijn, wat er ook gebeurt, zelfs al zou het anders moeten heten. Het festivalbestuur had twee jaar geleden met [eiser] afgesproken dat het festival daar niet meer zou zijn, maar met die afspraak heeft de gemeente niets te maken, stelde Middel vorige maand. "As de boargemaster dat seit wa binne wy dan om it oars te sizzen", zegt [a], bestuurslid van de stichting achter het festival. Het bestuur is volgens [a] nog aan het bedenken op welke manier het ingekleed moet worden, "mar it giet al troch". Waarschijnlijk wordt de organisatie formeel in handen gegeven van iemand die met de bestuursafspraak niets te maken heeft.

2.16. Op 16 juni 2008 heeft [b] aan -de advocaat van- de stichting geschreven:

Hierbij deel ik u mede, dat ik de website over het Veenhoopfestival onder eigen verantwoordelijkheid en op eigen kosten beheer. Van de Stichting Dorpsfeesten de Veenhoop heb ik nooit een vergoeding ontvangen.

2.17. Op 17 juni 2008 heeft [c] aan -de advocaat van- de stichting geschreven:

Hierbij bericht ik u, dat via Diba International Concerts B.V. voor het jaar 2008 geen contracten zijn afgesloten met de Stichting Dorpsfeesten De Veenhoop. De contracten zijn afgesloten met de heer [x] te [plaatsnaam].

2.18. Bij besluit van 17 juni 2008 heeft de gemeente op grond van artikel 1.6 APV de op 11 april 2008 aan de stichting verleende evenementenvergunning ingetrokken. Verder meldt het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders heeft ook besloten de aan u verleende vergunningen in te trekken. Dit betekent dat uw stichting geen vergunningen meer heeft voor het organiseren van het festival.

2.19. Bij besluit van 19 juni 2008 heeft de gemeente aan [x] een evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2.2.2. APV verleend voor het houden van het Veenhoopfestival 2008 op de oude locatie aan het Grietmansrak.


3. Het geschil

in de zaak 08/181

3.1. [eiser] vordert -na wijziging van eis- dat de voorzieningenrechter, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. de gemeente nu en in de toekomst verbiedt de percelen kadastraal bekend gemeente Boornbergum, sectie F, nummer 2685, 5, 49, 1835, 13 ter beschikking te stellen of zelf te gebruiken ten behoeve van de organisatie van het Veenhoopfestival of vergelijkbaar festival, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,00 voor iedere dag, dat in strijd met dit verbod wordt gehandeld;
2. de stichting en de gemeente verbiedt om het Veenhoopfestival of een vergelijkbaar festival te organiseren nu en in de toekomst op de percelen, kadastraal bekend gemeente Boornbergum, sectie F, nummer 2685, 5, 16250, 49 deels, 1835 deels, 13 deels, 14 deels, 50, 51, 2081, 1435, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,00 voor iedere dag, dat deze percelen ten behoeve van het Veenhoopfestival of een vergelijkbaar festival worden gebruikt;
3. de stichting verbiedt om eraan mee te werken, dat het Veenhoopfestival of een vergelijkbaar festival op de percelen kadastraal bekend gemeente Boornbergum, sectie F, nummer 2685, 5, 16250, 49 deels, 1835 deels, 13 deels, 14 deels, 50, 51, 2081, 1435, plaatsvindt, door bijvoorbeeld haar draaiboeken voor het festival en/of andere know how, dan wel contracten met artiesten en horecaondernemers over te dragen aan een andere organisator, althans door daar direct of indirect bij betrokken te zijn, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500.000,00;
4. de gemeente verbiedt een evenementenvergunning ten behoeve van het Veenhoopfestival of een vergelijkbaar festival op de percelen kadastraal bekend gemeente Boornbergum, sectie F, nummer 2685, 5, 16250, 49 deels, 1835 deels, 13 deels, 14 deels, 50, 51, 2081, 1435, te verlenen aan [x] of een derde, althans, wanneer deze evenementenvergunning is verleend ten tijde van dit vonnis, de gemeente te gebieden deze in te trekken, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500.000,00;
5. de stichting en de gemeente veroordeelt in de proceskosten.
3.2. De Stichting en de gemeente voeren verweer, met conclusie tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten, wat de gemeente betreft bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

in de zaak 08/203

3.3. [eiser] vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [x] ieder voor zich en gezamenlijk verbiedt om het Veenhoopfestival of een vergelijkbaar festival te organiseren op de percelen kadastraal bekend gemeente Boornbergum, sectie F, nummer 2685, 5, 16250, 49 deels, 1835 deels, 13 deels, 14 deels, 50, 51, 2081, 1435, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,00 voor iedere dag, dat deze percelen ten behoeve van het Veenhoopfestival of een vergelijkbaar festival worden gebruikt;
2. [x] ieder voor zich en gezamenlijk verbiedt, eraan mee te werken dat het Veenhoopfestival of een vergelijkbaar festival op de percelen kadastraal bekend gemeente Boornbergum, sectie F, nummer 2685, 5, 16250, 49 deels, 1835 deels, 13 deels, 14 deels, 50, 51, 2081, 1435, plaatsvindt, door bijvoorbeeld haar draaiboeken voor het festival en/of andere know how, dan wel contracten met artiesten en horecaondernemers over te dragen aan een andere organisator, althans door daar direct of indirect bij betrokken te zijn, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500.000,00;
3. [x] ieder voor zich en gezamenlijk veroordeelt in de proceskosten.
3.4. [x] voert verweer, met conclusie tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


4. De beoordeling in beide zaken
4.1. [eiser] wil met deze korte gedingen bereiken dat het Veenhoopfestival niet langer gehouden wordt op de plek waar het Veenhoopfestival tot nu toe gehouden is, te weten pal naast zijn terrein.

4.2. De stichting erkent dat zij zich tegenover [eiser] contractueel heeft verplicht om op de oude locatie geen festival te organiseren. De stichting erkent eveneens dat die verplichting meebrengt dat zij evenmin via derden het Veenhoopfestival kan organiseren op de oude locatie aan het Grietmansrak. De stichting betwist evenwel dat zij die verplichtingen heeft geschonden. Gelet op die betwisting ligt het in dit kort geding op de weg van [eiser] om zijn stellingen ter zake aannemelijk te maken.

4.3. Vast staat dat de stichting de organisatie van het dit jaar op 11 tot en met 14 juli geplande Veenhoopfestival ter hand heeft genomen. Zo is in ieder geval duidelijk dat de stichting via Diba International Concerts BV muzikanten voor het festival vast heeft laten leggen. Partijen zijn het er over eens dat artiesten als Jan Smit en Normaal soms wel een jaar te voren geboekt moeten worden. Hiermee heeft de stichting evenwel nog geen contractuele verplichting geschonden. De vaststellingsovereenkomst laat de stichting vrij om het Veenhoopfestival te organiseren, en om daarvoor artiesten te benaderen en vast te leggen, zolang die organisatie er niet op gericht is om het festival op de oude locatie te laten plaatsvinden.

4.4. Echter: met het aanvragen van een evenementenvergunning om het Veenhoopfestival op de oude locatie aan het Grietmansrak te kunnen laten plaatsvinden, handelde de stichting naar het oordeel van de voorzieningenrechter in strijd met hetgeen zij [eiser] in de vaststellingsovereenkomst had gegarandeerd. De stichting heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij toen nog in de gerechtvaardigde veronderstelling verkeerde dat zij met [eiser], net als in 2007, overeenstemming zou kunnen bereiken over het alsnog laten plaatsvinden van het festival op de oude locatie. Het lag in dit kort geding op de weg van de stichting om dit aannemelijk te maken, nu in dit kort geding is komen vast te staan dat eveneens begin april 2008 is besloten dat [x] het festival zou organiseren, omdat Diba International Concerts BV niet verder kon met de stichting. Kennelijk realiseerde de stichting zich in ieder geval vanaf begin april 2008 dat zij bekneld zat tussen enerzijds de gemeente, die het Veenhoopfestival op de oude locatie georganiseerd wilde zien en anderzijds [eiser] met wie zij nu juist had afgesproken dat het festival daar niet meer plaats zou vinden.

4.5. De voorzieningenrechter is het verder met [eiser] eens dat tegen de achtergrond van die wetenschap van de stichting begin april 2008 opvallend is dat de stichting de gemeente vervolgens pas op 7 juni 2008 heeft gevraagd om de haar inmiddels voor de oude locatie verleende evenementenver¬gunning in te trekken, aan welk verzoek de gemeente gehoor heeft gegeven. [eiser] werpt op dat er aanwijzingen zijn dat de stichting zich in die periode met [x] heeft ingezet voor de organisatie van het Veenhoopfestival terwijl zij wist, althans heeft moeten weten, dat het Veenhoopfestival alleen nog op de oude locatie kon plaatsvinden. [eiser] leidt dit af uit de omstandigheden:
? dat de stichting de gemeente op 7 juni 2008 vraagt om de haar verleende evenementenvergunning in te trekken en [x] op exact die datum de gemeente vraagt om hem die vergunning te verlenen;
? dat de aanvragen van de stichting en [x] voor de evenementenvergunning nagenoeg identiek zijn;
? dat onder de organisatie van [x] dezelfde bands spelen als die de stichting had geboekt;
? dat de stichting en [x] dezelfde vrijwilligers inzetten
? dat [x] ook voor de stichting de horeca en catering voor het festival verzorgde.

4.6. De voorzieningenrechter is het met [eiser] eens dat het er onder die omstandigheden op lijkt dat de stichting zich vanaf begin april 2008 met de organisatie van het Veenhoopfestival op de oude locatie heeft bezig gehouden, terwijl zij wist dat [eiser] daar niet mee akkoord zou gaan en de stichting zich tegenover [eiser] contractueel had verplicht om dat niet te doen. Ook de citaten van de stichting in de persberichten zoals die onder de feiten zij geciteerd, duiden in die richting.

4.7. In welke mate de stichting een actieve rol heeft gespeeld, en welke bemoeienis de stichting nog met de organisatie heeft gehad vanaf het moment dat duidelijk was dat het Veenhoopfestival op de oude locatie zou worden georganiseerd ondanks dat [eiser] daar niet mee akkoord was, valt in dit kort geding, dat zich voor nader feitenonderzoek niet leent, niet uit te maken. Zo betwist de stichting dat zij, zoals [eiser] stelt, de contracten die zij met de muziekbands gesloten had, overgedragen heeft aan [x]. De stichting heeft haar stelling kracht bijgezet door de verklaring van Diba International Concert B.V. in het geding te brengen, die heeft opgeschreven dat via haar voor het jaar 2008 geen contracten zijn afgesloten met de stichting. Dat op de websites van de bands naar verschillende locaties wordt verwezen, zegt in dit kader weinig. Vast staat dat de stichting de organisatie van het festival ter hand genomen heeft en in dat kader artiesten benaderd en geboekt heeft terwijl de locatie nog niet vast stond. Daar waar tussen partijen niet in geschil is dat sommige artiesten een jaar te voren moeten worden vastgelegd, staat wel vast dat de stichting toen nog in overleg met zowel de gemeente over een alternatieve locatie als met [eiser] over de oude locatie, hetgeen de verwijzing naar de verschillende locaties verklaart. [x] betwist dat hij het draaiboek van de stichting overgenomen heeft. [x] stelt dat hij het draaiboek zelf opgezet heeft. De voorzieningenrechter acht dat wel plausibel, omdat [x] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling onweersproken heeft verklaard dat hij in één half jaar tegen de honderd evenementen verzorgt, waarvoor hij uitzendpersoneel inschakelt, en dat hij dus waar het aankomt op het organiseren van dit soort evenementen, het klappen van de zweep kent.

4.8. Nog daargelaten derhalve dat in dit kort geding onduidelijk blijft op welke wijze de stichting [x] met de organisatie op de oude locatie geholpen heeft, moeten de door de stichting tegen de stichting gevraagde voorlopige voorzieningen om een andere reden worden geweigerd. De voorzieningenrechter hanteert daarbij als uitgangspunt dat [eiser] slechts een spoedeisend belang bij de door hem gevraagde voorlopige voorziening voor het voor dit jaar geplande Veenhoopfestival heeft. Daar waar [eiser] zelf stelt dat vast staat dat het programma van [x] hetzelfde is als dat van de stichting, dat de artiesten en het artiestenbureau dezelfde zijn evenals de cateraar en de vrijwilligers, en [x] stelt een draaiboek te hebben gemaakt, is aannemelijk dat de organisatie voor dit jaar zo goed als rond is. Dit kan ook worden afgeleid uit de overgelegde uitdraaien van de website over het komende Veenhoopfestival. Het is de voorzieningenrechter onduidelijk welke kennis- of feitelijke overdracht van de stichting naar [x], [eiser] thans nog vreest. Een aan de stichting op straffe van het verbeuren van dwangsommen op te leggen verbod daartoe is onder die omstandigheden niet gerechtvaardigd. Dit betekent dat de door [eiser] tegen de stichting gevraagde voorlopige voorzieningen worden geweigerd.

4.9. [eiser] grondt zijn vordering tegen de gemeente op onrechtmatige daad. De gemeente heeft volgens [eiser] op een aantal wijzen onrechtmatig jegens hem gehandeld.

4.10. Zo voert [eiser] aan dat de gemeente onzorgvuldig heeft gehandeld omdat zij medewerking verleent aan het houden van het Veenhoopfestival op de oude locatie, terwijl de gemeente weet dat de stichting tegenover [eiser] heeft gegarandeerd dat het Veenhoopfestival niet meer pal naast zijn terrein zou worden gehouden. Dit betoog faalt.
Vast staat dat de gemeente op geen enkele wijze bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst betrokken is geweest, terwijl de gemeente zich evenmin anderszins aan de vaststellingsovereenkomst heeft gecommitteerd. De stichting erkent dat de gemeente van meet af aan boos op haar was juist vanwege deze in de vaststellingsovereenkomst opgenomen afspraak. De tussen [eiser] en de stichting gesloten overeenkomst beperkt de gemeente niet in haar private en publieke rechten en bevoegdheden. Derden als [eiser] en de stichting binden de gemeente niet. Hierop strandt ook de argumentatie van [eiser] dat de gemeente vanwege de vaststellings¬overeen¬komst niet aan eerst de stichting en vervolgens [x] de evenementenvergunning had mogen verlenen.

4.11. Uit niets blijkt voorts dat de gemeente haar -publieke- bevoegdheden als de vergunningverlenende instantie voor vrijstellingen ex artikel 19 WRO en voor evenementen, voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor zij zijn verleend, zoals [eiser] stelt. [eiser] baseert de beweerde schending van de gemeente van het algemene beginsel van behoorlijk bestuur, détournement de pouvoir, op enige mate van gebondenheid van de gemeente aan de vaststellingsovereenkomst. Als gezegd gaat hetgeen derden in de vaststellingsovereenkomst bepalen, de gemeente niet aan.

4.12. [eiser] heeft geen feiten en/of omstandigheden aangevoerd waarop het oordeel kan worden gebaseerd dat de gemeente anderszins bij het verlenen van de vrijstelling onrechtmatig tegenover hem heeft gehandeld. De voorzieningenrechter dient uit te gaan van de rechtmatigheid van de door de gemeente verleende vrijstelling ex artikel 19 WRO op de oude locatie, nu het besluit van 23 juni 2006 onherroepelijk is. De in dit besluit verleende vrijstelling kent geen beperking tot het jaar 2006. Weliswaar heeft de stichting een verzoek gedaan aan de gemeente om haar een zodanig in tijd beperkte vrijstelling te verlenen, maar in dit kort geding is komen vast te staan dat de gemeente op dit verzoek niet heeft gereageerd. Hierdoor is het besluit van 23 juni 2006 dan ook niet gewijzigd.

4.13. Het feit dat de gemeente (nog) niet heeft gereageerd op het verzoek van de stichting om de vrijstelling ex artikel 19 WRO te beperken tot 2006, is een aspect waarvoor voor [eiser] een met voldoende waarborgen omklede administratieve rechtsgang openstaat, zodat er voor de voorzieningenrechter geen ruimte is om hierover een (on)rechtmatigheidsoordeel te vellen.

4.14. [eiser] voert aan dat de gemeente in strijd met haar eigen verordening heeft gehandeld bij het verlenen van de evenementenvergunning aan [x]. De voorzieningenrechter gaat hier niet verder op in omdat voor [eiser] ook op dit punt een administratieve rechtgang openstaat dan wel heeft opengestaan die voldoende rechtsbescherming biedt.

4.15. [eiser] werpt terecht op dat de grond van de gemeente, waarop de vrijstelling betrekking heeft, door [x] gebruikt gaat worden voor opbouwwerk¬zaamheden ook al vóór de in de vrijstelling vermelde periode. De gemeente en/of [x] handelen daarmee echter nog niet onrechtmatig jegens [eiser]. Van onrechtmatigheid jegens [eiser] zou pas sprake kunnen zijn als [eiser] ook daadwerkelijk hinder van de opbouwwerk¬zaam¬heden zou ondervinden. [eiser] heeft dat echter niet gesteld, en de voorzieningenrechter acht dit ook niet aannemelijk. Daar komt bij dat de voorzieningenrechter voorshands van oordeel is dat [x] ook vóór 11 juli 2008 aan de vereisten voor het verkrijgen van een vrijstelling voldoet, nu aannemelijk is dat de in de vrijstelling opgenomen aanvangsdatum van 11 juli min of meer arbitrair is vastgesteld. Het gebruik van de grond voor opbouwwerkzaamheden is bovendien zo kort durend en incidenteel van aard, dat reeds hierom geen sprake is voor een onrechtmatige afwijking van de bestemming ("laagveenwinning").

4.16. Ook overigens heeft [eiser] onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waarop gebaseerd zou kunnen worden dat [x] als organisator van het Veenhoopfestival of de gemeente als eigenaar van de -meeste- grond waarop het Veenhoopfestival wordt georganiseerd onrechtmatige hinder jegens [eiser] veroorzaken.

4.17. [eiser] verwijt [x] nog dat hij bewust profiteert van de wanprestatie van de stichting jegens [eiser]. Het handelen met iemand terwijl men weet dat deze door dat handelen een door hem met een derde gesloten overeenkomst schendt, is op zichzelf jegens die derde niet onrechtmatig. Voor het aannemen van een onrechtmatige daad zijn bijzondere omstandigheden nodig. Dergelijke omstandigheden heeft [eiser] niet gesteld en zijn de voorzieningenrechter ook niet anderszins gebleken.

4.18. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de door [eiser] gevraagde voorzieningen worden geweigerd. [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van de stichting, de gemeente en [x] worden vastgesteld op ieder € 1.070,00 zijnde € 254,00 aan griffierecht en € 816,00 aan tegemoetkoming in het salaris van de procureur.


5. De beslissingen
De voorzieningenrechter

in de zaak 08/181

1. weigert de gevraagde voorzieningen;

2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de stichting vastgesteld op € 1.070,00 en aan de zijde van de gemeente vastgesteld op € 1.070,00;

3. verklaart de onder 2 ten gunste van de gemeente uitgesproken proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak 08/203

4. weigert de gevraagde voorzieningen;

5. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [x] vastgesteld op € 1.070,00;

6. verklaart de proceskostenveroordeling sub 5 uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.J. Velsink op 1 juli 2008.

Trefwoorden: Advocaat, Advocaten, Advocatenkantoor, Bedrijf, Civiel, Juridisch, Veenhoop, Veenhoopfestival, Vonnis,

Contact Zillinger Molenaar & Verdonk Heerenveen (Friesland)

E-mail

Deze pagina afdrukken

Share