Onderzoek hartchirurgie leidt tot verbeterde zorg

Door: Radboud Universiteit Nijmegen  07-04-2006
Trefwoorden: Universiteit, Hartchirurgie

De tijdelijke toename van de ziekenhuissterfte bij volwassen hartchirurgische patiënten in 2004 in het UMC St Radboud hing samen met een hoog percentage heringrepen en complicaties. Intern onderzoek op de patiëntendossiers, dat op 5 april 2006 is afgerond, heeft dat inzichtelijk gemaakt. Het UMC St Radboud heeft maatregelen genomen of in voorbereiding om de kans op complicaties na open hartoperaties te verkleinen en om de gevolgen ervan beter te bestrijden. Het sterftecijfer voor deze patiëntengroep is vanaf eind 2004 weer in lijn met het gemiddelde van de Europese hartchirurgische centra.

In 2005 constateerden medisch-specialisten van het UMC St Radboud een tijdelijke toename van de sterfte bij volwassen hartchirurgische patiënten in 2004. Om dat te kunnen verklaren, besloten zij tijdens een beleidsconferentie in september 2005 de dossiers van in 2004 overleden patiënten te onderzoeken. Een interne e-mail van een van de medisch-specialisten hierover kwam ter kennis van de media. De daarop volgende berichtgeving leidde tot veel onrust binnen en buiten het UMC St Radboud. Daarom besloten het UMC en de Inspectie voor de Gezondheidszorg om naast het dossieronderzoek gezamenlijk een extern, onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren.

Dossieronderzoek
In het dossieronderzoek zijn de dossiers onderzocht van de 66 patiënten die in 2004 en in de eerste helft van 2005 zijn overleden. De betrokken hoogleraren/afdelingshoofden hebben het onderzoek zelf uitgevoerd onder leiding van prof. dr. Gert Jan van der Wilt, hoofd Medical Technology Assessment. De commissie signaleert een hoog percentage heringrepen en nabloedingen en de daarmee samenhangende verhoogde kans op complicaties en sterfte. Uit zeven dossiers worden lessen getrokken die zullen bijdragen tot verkleining van het risico op complicaties en overlijden voor deze categorie patiënten. Alle bevindingen hebben betrekking op het behandelproces. Er zijn geen verschillen geconstateerd die te maken hebben met de kwaliteiten van afzonderlijke zorgverleners of teams. Het beleid van het UMC is inmiddels gericht op verbetering van:

· primaire preventie: het zo veel mogelijk voorkomen van nabloedingen en heringrepen, waarmee ook het risico op complicaties en overlijden verder zal worden teruggebracht.
· secundaire preventie: het tijdig onderkennen van post-operatieve problemen en het zoveel mogelijk beperken van de gevolgen ervan.

Via de huisartsen heeft het UMC gesondeerd of bij families van overleden patiënten naar aanleiding van de publiciteit najaar 2005 behoefte bestaat aan een nadere toelichting. Dat heeft tot een aantal gesprekken geleid, die door betrokkenen zonder uitzondering zeer op prijs zijn gesteld. Aan familieleden van de zeven patiënten van wie de dossiers in het onderzoek met name worden genoemd, wordt een toelichting aangeboden op de onderzoeksbevindingen.

Extern onderzoek
Het externe onderzoek wordt uitgevoerd door vooraanstaande hoogleraren op elk van de betrokken vakgebieden en een op gebied van verpleegkunde onder leiding van de regionaal Inspecteur voor de Gezondheidszorg. De externe onderzoekers toetsen de resultaten van het dossieronderzoek en van de ontwikkeling van de ketenzorg en voeren ook eigen onderzoek uit. De externe onderzoekscommissie rapporteert over enkele weken, maar heeft al wel de resultaten van het dossieronderzoek grondig beoordeeld. Daarbij is gebleken dat zij de conclusies van de dossiercommissie volledig ondersteunt.

Ontwikkeling ketenzorg
Sinds 2004 werken de afdelingen Cardiologie, Thorax-hartchirurgie, Anesthesiologie en Intensive Care samen aan de ontwikkeling van de ketenzorg voor volwassen hartchirurgische patiënten. In ketenzorg wordt het behandelbeleid vormgegeven rond de zorgbehoefte van de patiënt en niet primair per vakgebied, zoals de ziekenhuisgeneeskunde van oudsher is georganiseerd. In de keten worden alle stappen die zorgverleners zetten bij de beoordeling en behandeling van de patiënt en de onderlinge samenhang en overdracht nauwkeurig geanalyseerd en beschreven. Dat gebeurt op basis van wetenschappelijk onderbouwde methoden (‘evidence based’) en leidt tot verdergaande standaardisering en protocollering. In oktober 2005 is besloten deze ontwikkeling voor deze patiëntengroep uit te breiden en te versnellen. Het preoperatieve en postoperatieve deel is al opnieuw vormgegeven, gebruik makend van actuele richtlijnen en inzichten vanuit alle betrokken vakgebieden. Voorjaar 2006 zal de gehele keten uitgebreid in kaart zijn gebracht en zijn voorzien van kwaliteitsindicatoren.

Maatregelen
De ambitie van het UMC St Radboud is het vertrouwen van de hartpatiënten volledig terug te winnen en beter te presteren dan de internationale standaard en het landelijk gemiddelde. Uitgangspunten van het beleid zijn integrale samenwerking van alle betrokken disciplines en afdelingen in de keten en het voortdurend verbeteren en borgen van de kwaliteit. Aanpassingen in behandelbeleid en organisatie zijn inmiddels doorgevoerd of in voorbereiding. De organisatie van de ketenzorg is versterkt. De betrokken afdelingshoofden voeren de regie en een van hen is verantwoordelijk voor de vakoverstijgende afstemming.

Ook de leiding van de afdeling Thorax-hartchirurgie wordt versterkt. Per 1 april is prof. dr. René Brouwer op eigen verzoek teruggetreden als afdelingshoofd. Prof. Brouwer blijft als staflid en hoogleraar verbonden aan de afdeling. De leiding van de afdeling, het veranderingsproces en de regie op de ketenzorg ligt vanaf 1 juni 2006 in handen van prof. dr. Leon Eijsman. Prof. Eijsman beschikt over een grote staat van dienst als thorax-hartchirurg en in de Nederlandse gezondheidszorg. Hij is momenteel werkzaam bij het AMC, het VUMC en het OLVG te Amsterdam.

Binnen de betrokken medisch-specialismen zijn taken herverdeeld, zodat deskundigheden worden geconcentreerd en de expertise van de specialisten wordt vergroot (‘focussering’). Verder is het multidisciplinaire overleg over complicaties en ziekenhuissterfte herzien en wordt de multidisciplinaire poliklinische begeleiding voorafgaande aan de ingreep uitgebreid en verbeterd.

Hartlongcentrum
Het UMC St Radboud is een van de oudste hartchirurgische centra van Nederland. De afdelingen Cardiologie, Thorax-hartchirurgie, Anesthesiologie en Intensive Care vormen sinds 1 januari 2005 samen met de afdeling Longziekten het Hartlongcentrum van het UMC St Radboud. Een van de onderdelen van het Hartlongcentrum is de ketenzorg ‘Volwassenen Hartchirurgie’. De discussie over de hogere sterfte in 2004 betreft deze keten, en zeker niet de andere onderdelen van het Hartlongcentrum, zoals de kinderhartchirurgie, cardiologie, de hartfalenpoli of longziekten.

Het UMC St Radboud is een topkenniscentrum voor academische geneeskunde en gezondheidszorg. Ruim 8500 medewerkers geven vorm aan de drie hoofdtaken van het UMC: patiëntenzorg, onderwijs & opleidingen en medisch-wetenschappelijk onderzoek.

Trefwoorden: Hartchirurgie, Universiteit

Contact Radboud Universiteit Nijmegen

E-mail

Deze pagina afdrukken

Share