Van de straat aan het werk in Rotterdam

Door: Verwey-jonker Instituut, Onderzoek Maatschappelijke Vraagstukken  05-06-2008

Van de straat aan het werk in Rotterdam

Dagbesteding en activering van dak- en thuislozen in kaart gebracht



Utrecht, 2 juni 2008



Als dak- en thuislozen deelnemen aan activering is dat vaak een cruciale motiverende factor om de stap te zetten naar maatschappelijk herstel. Activering draagt bij aan een zinvol bestaan, geeft structuur aan het dagelijkse leven en levert mogelijkheden voor nieuwe sociale contacten. Rotterdam is goed op weg om in 2010 voor 1740 dak- en thuislozen een passend aanbod van dagbesteding en werk te hebben. Het is nog wel de kunst om dat volledig waar te maken. Daarvoor is het onder andere nodig om voor uitdagender en gevarieerde projecten te zorgen en bestaande activeringsplekken beter te benutten.



Dit staat te lezen in het rapport Van de straat aan het werk dat het Verwey-Jonker Instituut schreef in opdracht van de GGD Rotterdam-Rijnmond en de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Rotterdam. Het rapport geeft inzicht in de aard en omvang van het Rotterdamse aanbod van activering en dagbesteding in de Maatschappelijke Opvang, Verslavingszorg en Geestelijke Gezondheidszorg. Ook zijn de financieringswijze en de behoeften van de cliënten geïnventariseerd. Het gaat om de groep van 2900 dak- en thuislozen in Rotterdam die vallen onder het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang van de vier grote steden en het Rijk. De Rotterdamse doelstelling is dat er voor 1740 van hen in 2010 ‘een stabiele mix is van huisvesting en zorg’.



Het rapport laat zien dat er de laatste jaren veel is verbeterd in de activering van dak- en thuislozen. Zo is er intussen een voldoende en divers aanbod van activiteiten, waar ook steeds meer mensen gebruik van maken. Ook zwerven er minder mensen op straat en heeft de stad scherper geformuleerd wat ze voorstaat met de activering. Desondanks functioneert het huidige systeem van vraag en aanbod in de dagbesteding en werkvoorzieningen voor de doelgroep (nog) niet optimaal. De capaciteit wordt niet volledig benut en vraag en aanbod van activering sluiten nog niet goed op elkaar aan. Dat is jammer, want zonder zinvolle dagbesteding blijft de vooruitgang op andere leefgebieden van deze doelgroep broos.



Daarom geven de onderzoekers het advies tot vier cruciale acties:

1. Veranker activering in de werkwijze van het ‘loket’ (Centraal Onthaal) voor dak- en thuislozen en in de trajectplannen die met hen worden opgesteld. Werk aan een goed functionerende ‘dagbestedingsdriehoek’ tussen gemeentelijke vertegenwoordiger, begeleider vanuit instellingen en cliënt.

2. Benut de bestaande activeringsplekken beter. Zorg dat mensen die nog niet deelnemen aan het aanbod geen praktische belemmeringen ervaren. Stel meedoen aan dagbesteding tot norm bij instroom in woonvoorzieningen en laat het aanbod beter aansluiten op cruciale momenten in het leven van de dak- of thuisloze zoals ontslag uit een kliniek of detentie.

3. Zorg voor uitdagender en gevarieerde projecten, met ontwikkelingskansen op de langere termijn voor mensen die meer aankunnen. Experimenteer daarvoor als gemeente en organisaties met een publiek – private werkmaatschappij.

4. Versterk de motivatieversterkende prikkels via beloningsvormen. Handhaaf de dagloonvergoedingsregeling, verklein de verschillen in vergoeding voor mensen in vergelijkbare situaties en breng meer opbouw in beloning aan.




Contact Verwey-jonker Instituut, Onderzoek Maatschappelijke Vraagstukken

E-mail

Deze pagina afdrukken

Share