MINDER ‘SUPERGROEI’-BEDRIJVEN IN NEDERLAND

Door: Arenthals Grant Thornton Accountants En Adviseurs  15-03-2006
Trefwoorden: Onderzoek, Finance, Internationale Supergroei Index

  • VS voeren lijst aan, maar India en Hong Kong naderen top 
  •  Italië, Rusland en Turkije delen laatste plaats 
  • Griekenland grootste daler door aflopende economische effecten Olympische Spelen

Alphen aan den Rijn, 14 maart 2006 - Nederland kent steeds minder ‘supergroei’-bedrijven en neemt een 21e plaats in op de Internationale Supergroei Index van accountants- en advieskantoor Arenthals Grant Thornton (8 procent). Voor het tweede achtereenvolgende jaar voert Amerika de lijst aan als land met de meeste bedrijven (39 procent) die meer dan gemiddeld zijn gegroeid. Ondanks deze eerste plek is de verhouding van ‘supergroei’-bedrijven in Amerika wel aanzienlijk gedaald (met 9 procent). De snel groeiende economieën van India en Hong Kong staan dit jaar gezamenlijk op de tweede plaats. Nederland bezette in 2004 nog een 17e plaats met 10 procent.
Een ‘supergroei’-bedrijf is een bedrijf dat aanzienlijk meer dan gemiddeld is gegroeid, gemeten aan de hand van een aantal indicatoren zoals omzet en personeelsaantallen. De Supergroei Index, die nu voor het derde jaar wordt bepaald, is een onderzoeksproject dat deel uitmaakt van een internationaal onderzoek onder meer dan 7.000 bedrijfseigenaren in 30 landen, dat jaarlijks wordt uitgevoerd in opdracht van Arenthals Grant Thornton.
Behalve door de VS, India en Hong Kong, werd er ook goed gepresteerd door Zweden (31 procent), dat terugklom naar een derde positie in de Index nadat het vorig jaar dramatisch was teruggevallen naar een tiende plaats, volgend op een eerste plaats in 2004. De opleving van Zweden is een gevolg van het herstel in consumentenuitgaven en toegenomen zakelijke investeringen.

Italië, Rusland en Turkije delen gezamenlijk de laatste plaats in de Supergroei Index. De positie van Italië lijkt een gevolg van de aanhoudende malaise in het land met een zwakke consumentenvraag, dalende investeringen en afnemende industriële prestaties. In de afgelopen drie jaar is Italië elk jaar iets verder gedaald in de lijst. De grootste daling in de lijst is te zien bij Griekenland, dat van de 9e positie naar de 21e positie zakte doordat de hoeveelheid ‘supergroei’-bedrijven daalde van 15 naar 8 procent. Dit is gedeeltelijk een gevolg van het aflopen van de positieve economische effecten die Griekenland ondervond aan de Olympische Spelen.
China is dit jaar voor het eerst meegenomen in de Index en kwam binnen op een 14e positie, met 14 procent ‘supergroei’-bedrijven. Het zal moeilijk zijn voor China om een betere ‘supergroei’-status te bereiken totdat meer bedrijven een snelle groei ondergaan op het gebied van zowel omzet als personeelsaantallen. China is samen met Duitsland (15 procent) en Japan (15 procent) een middenmoter in de lijst.
Gerard Mulder, bestuursvoorzitter van Arenthals Grant Thornton, licht toe: "De VS blijven relatief goed presteren. Dit weerspiegelt de huidige dynamiek in de Amerikaanse economie, waar sprake is van een vaste consumentenvraag, hoge kapitaalinvesteringen en een robuuste exportgroei. Maar het echte verhaal is natuurlijk de opkomst van bedrijven in India en Hong Kong waar de economieën sterk groeien en de productiviteit blijft stijgen. Met de huidige trend lijkt het goed mogelijk dat we volgend jaar een verandering zullen zien aan de top van de index. Een andere interessante uitkomst is dat supergroeibedrijven een concurrentievoorsprong lijken te hebben, omdat zij minder problemen hebben met het verkrijgen van geld voor uitbreidingen.”
‘Supergroei’-bedrijven zijn erg positief over de vooruitzichten van hun bedrijf. Een verhoudingspercentage van 36 procent voorspelt een verhoging van de verkoopprijs van hun goederen en diensten in vergelijking met 29 procent van de bedrijven in het algemeen. Verder zijn supergroei-bedrijven eenderde positiever over een toename van hun export dit jaar (32 procent ten opzichte van 20 procent) en zijn zij van plan grotere investeringen te doen in hun bedrijf (37 procent ten opzichte van 28 procent voor vastgoedinvesteringen en 51 procent ten opzichte van 43 procent voor investeringen in nieuwe voorzieningen en machines).
Dit jaar werd in het onderzoek tevens vastgesteld dat het voor ‘supergroei’-bedrijven 23 procent meer aannemelijk is dat zij (gaan) exporteren dan voor gewone bedrijven. Daarnaast blijken ‘supergroei’-bedrijven veel minder belemmerd te worden door hun vermogen de uitbreiding van hun bedrijf te financieren. Zo ligt bij gewone bedrijven het aantal bedrijven waarvoor financieringskosten een probleem zijn 50 procent hoger dan bij ‘supergroei’-bedrijven, voor een tekort aan personeel ligt dit percentage 47 procent hoger bij gewone bedrijven en voor een tekort aan lange-termijn financiering gaat het om 58 procent.

Over het onderzoek
Het International Business Owners Survey (IBOS) van Arenthals Grant Thornton is in de herfst van 2005 uitgevoerd onder meer dan 7.000 eigenaren van middelgrote bedrijven in 30 landen. Het IBOS werd voor het eerst uitgevoerd in 2002 en is een vervolg op het European Business Survey (EBS), dat werd uitgevoerd tussen 1993 en 2001. Het onderzoek is uitgevoerd door Experian Business Strategies Limited en Harris Interactive.

Trefwoorden: Finance, Internationale Supergroei Index, Onderzoek,

Contact Arenthals Grant Thornton Accountants En Adviseurs

Website - Geen ingevoerd

E-mail - Geen ingevoerd

Deze pagina afdrukken

Share