LTO wil aanpassing van nieuwe beleidslijn Ruimte grote rivieren

Door: Lto Nederland  24-04-2006
Trefwoorden: Landbouw, Uiterwaarden

In buitendijks gebied ruimte houden voor bedrijfsontwikkeling

Als de waardevolle functie van agrarische bedrijven in het buitendijks rivierengebied wordt erkend, mag de ontwikkeling van deze bedrijven niet ‘op slot’ worden gezet. Als dat toch gebeurt en hierdoor het toekomstperspectief voor ondernemers verdwijnt, hoort daar een koopplicht bij van de overheid.

Dit zijn de belangrijkste kritiekpunten die LTO Nederland zal inbrengen tegen de nieuwe ‘Beleidslijn grote rivieren’. Daarin staat onder meer dat grondgebonden agrarische bedrijven als beheerder van buitendijkse gronden nauw verbonden zijn met het rivierbed. Op basis van meerdere argumenten (landschappelijk, cultuurhistorisch, ecologisch) zijn ze van ruimtelijk belang. De grondgebonden landbouw heeft ook als belangrijke taak het rivierengebied open te houden. Ontwikkelingsruimte is vooral om bedrijfseconomische redenen een pure noodzaak, want anders kunnen deze bedrijven op langere termijn niet overleven.

Sinds 1996 is de ‘Beleidslijn Ruimte voor de Rivier’ van kracht. De beleidslijn reguleert de ontwikkelingen in het buitendijkse gebied (de uiterwaarden) en is de afgelopen periode geëvalueerd. Op basis van de evaluatie wordt de beleidslijn nu aangepast. Volgens deze beleidslijn was het toegestaan om de bebouwing van bedrijven eenmalig met tien procent uit te breiden. Volgens LTO Nederland is die ruimte in de meeste gevallen al opgesoupeerd.

Bij bedrijfsuitbreiding in het stroomvoerend winterbed van de Maas in Limburg was de maximaal toegestane waterstandverhoging slechts één millimeter. Verdere bedrijfsontwikkeling wordt hiermee feitelijk geblokkeerd. Ook met de vergunningsplicht schiet de overheid haar doel voorbij. Zo moet bijvoorbeeld een teler van rozen op stam nog steeds een vergunning aanvragen bij wisseling van een perceel dat in het Maasdal is gelegen.

Het belangrijkste uitgangspunt van de nieuwe Beleidslijn grote rivieren is saldering. De ene ondernemer breidt uit, de ander sloopt zijn bedrijfsgebouwen en per saldo is er winst voor de waterafvoer. Aangezien compensatie op individueel bedrijfsniveau niet of nauwelijks uitvoerbaar is, staat LTO een gebiedsgewijze salderingsmethode voor. De extra afvoerruimte die beschikbaar komt door rivierverruimende maatregelen, zoals weerdverlaging en de aanleg van omleidingen (bypasses), dient dan ook voor verdere bedrijfsontwikkeling te worden benut, vindt de landbouworganisatie.

In 2000 heeft het kabinet het standpunt Ruimte voor de Rivier gekozen als uitgangspunt voor een nieuwe aanpak van hoogwater; een omslag in de manier waarop Nederland met het water om gaat. In plaats van het verder verhogen en versterken van dijken, wordt gekeken naar de mogelijkheden om water meer ruimte te geven. Dit kan bijvoorbeeld door het verlagen van uiterwaarden, door het landinwaarts verleggen van dijken of door het bestemmen van gebieden die bij hoogwater kunnen dienen als tijdelijke buffer. De vaste commissie Veerkeer en waterstaat van de Tweede Kamer spreekt op 25 april a.s. over de nieuwe Beleidslijn grote rivieren.

Trefwoorden: Landbouw, Uiterwaarden

Contact Lto Nederland

Website - Geen ingevoerd

E-mail - Geen ingevoerd

Deze pagina afdrukken

Share