Aanbestedingsregistratie toont weinig progressie

Door: Bouwend Nederland  06-06-2008
Trefwoorden: Innovatief, Bouwend, Aanbestedigen

De wijze van aanbesteden heeft in 2007 niet bijgedragen aan verdere innovatie in de grond-, weg- en waterbouw (GWW). Integendeel. Eisen aan inschrijvers worden zwaarder, de termijnen van de gestanddoening stijgen en een groei van innovatieve aanbestedingen blijft uit. Dat stelt Bouwend Nederland op basis van een analyse van de registratie van alle 2442 GWW aanbestedingen in 2007.

Zwaardere eisen
In 2007 is er een stijging van 20% van het aantal aanbestedingen waarin de eisen volgens Bouwend Nederland onevenredig hoog zijn. Zo neemt het aantal referentiewerken, dat een inschrijver moet overleggen, fors toe. Dat maakt de drempel voor deelname onnodig hoog. Bij een kwart van de aanbestedingen werden in 2007 drie of meer referentiewerken gevraagd. Bouwend Nederland vindt één goed uitgevoerd werk veelal voldoende om de kennis en kunde van een inschrijver aan te kunnen tonen.

Gestanddoeningstermijn
Inschrijvers moeten hun aanbiedingen steeds langer gestand doen. In 2007 wordt bij bijna 70% van alle aanbestedingen afgeweken van de standaard termijn van 45 dagen; in 22 % zelfs meer dan 60 dagen. Een langere gestanddoeningstermijn biedt opdrachtgevers meer tijd om tot een besluit te komen, maar leidt bij inschrijvers tot onzekerheid en planningsproblemen.

Innovatie
Op drie indicaties van innovatief aanbesteden scoren de geregistreerde aanbestedingen onverminderd slecht.
Allereerst bleek het indienen van alternatieven in 92% van de aanbestedingen absoluut verboden. Inschrijvers hebben zo geen mogelijkheid een beter idee aan te dragen dan het voorgeschreven bestek.
Verder wordt in 85% van de aanbestedingen de laagste prijs (al dan niet gecombineerd met ‘de uit de inschrijfstaat te herleiden verrekenprijzen’) als gunningcriterium gehanteerd. Zo prevaleert de prijs boven de kwaliteit van de aanbiedingen.
Ten slotte blijkt dat slechts in 20 gevallen (minder dan 1%!) aan potentiële inschrijvers een vorm van een ontwerpvergoeding in het vooruitzicht wordt gesteld. Kennelijk wordt in minder dan 1% van alle aanbestedingen in de GWW zoveel inspanning van de inschrijvers gevraagd, dat dit in de ogen van de aanbestedende dienst een vergoeding rechtvaardigt.

De cijfers geven overigens geen uitsluitsel over het aantal aanbestedingen waarbij een innovatieve contractvorm een rol speelde: dergelijke informatie staat niet standaard vermeld in een aankondiging. Het ligt wel voor de hand dat een grote toename in het gebruik van innovatieve contracten terug te vinden zou in een kleiner aantal aanbestedingen dat op basis van laagste prijs gegund wordt.

Brinkman
Voorzitter Brinkman van Bouwend Nederland roept de aanbestedende diensten op om echt gebruik te gaan maken van innovatieve elementen in aanbestedingen en contracten: ‘Innovatief aanbesteden hoeft niet beperkt te blijven tot enkele pilots bij een paar grotere aanbesteders. De tijd is rijp om ook regionaal en lokaal te werken met innovatieve elementen. Ik denk aan zaken als ‘Past Performance’ en onderscheid op kwaliteit.’
De Regieraad Bouw heeft er in dat verband al op gewezen dat daar in Engeland goede ervaringen mee zijn opgedaan. Brinkman: ‘Op die manier kan kennis en de innovatieve kracht van de sector veel beter worden benut worden en kan de sector optimaal haar rol vervullen bij ruimtelijke vraagstukken’.

Bron
De cijfers komen deels van het Adviescentrum Contracten en Aanbestedingen en zijn gecompleteerd door Bouwend Nederland. Vanaf 2008 is de door Bouwend Nederland opgerichte Stichting Aanbestedingsinstituut Bouw & Infra (Stabi) verder gegaan met de registratie, waarbij zij naast de GWW ook de sector B&U betrekt. Daarbij zal er meer aandacht komen voor geïntegreerde contractvormen. De ontwikkelingen in innovatie en proportionaliteit bij aanbestedingen kunnen dan nog beter gevolgd worden.

Trefwoorden: Aanbestedigen, Bouwend, Elverding, Innovatief,