Elco Brinkman: vertrouwenspakket nodig voor reële economie

Door: Bouwend Nederland  15-10-2008

Na de maatregelen van nationale en internationale autoriteiten voor de financiële sector is het nu nodig dat de reële economie een impuls krijgt. Volgens Bouwend Nederland-voorzitter Elco Brinkman is de Nederlandse economie gebaat bij investeringen. Daarom zou het goed uitpakken als de overheid het lagere BTW van 6% (tijdelijk) van toepassing verklaart voor bouwactiviteiten en ook projecten versneld laat uitvoeren. Het betreft op korte termijn te realiseren investeringen met een maatschappelijke impact rond energiebesparing, water, stedelijke vernieuwing en openbaar vervoer.

Autoriteiten hebben op het hoogste niveau maatregelen genomen om het financiële stelsel in de benen te houden. Om ongewenste effecten van de kredietproblematiek te ondervangen is echter een vertrouwenspakket aan aanvullende investeringen nodig in de economie in het algemeen en in de bouw in het bijzonder. Volgens Brinkman zijn er twee redenen voor deze investeringsimpuls: de bouw is een economische motor en elke euro in de bouw is voor 100% een investering in de eigen economie.

Laag BTW tarief
Bouwend Nederland stelt voor om het btw-tarief tijdelijk van 19% naar 6% te verlagen voor verbouw-, renovatie-, onderhoud- en energiebesparinginvesteringen in de gebouwenvoorraad, en ook voor nieuwbouw van woningen.

Revolverend fonds
Bouwend Nederland is verder voorstander van een revolverend fonds waarmee leningen tegen een aantrekkelijke rente kunnen worden verstrekt voor de financiering van investeringen in (onder meer) energiebesparende maatregelen in de gebouwenvoorraad. Het is een impuls die in de restauratiesector al jaren met succes is toegepast.

Versnelling projecten
In de slipstream van de Spoedwet Wegverbreding wordt voorgesteld de uitvoering van diverse andere bouwprojecten naar voren te halen. Het gaat om projecten waarbij sprake is van langdurig overleg over de uitvoering, terwijl beslissingen ten principale al genomen zijn, zoals:
• de bouw van het station op de Zuidas van Amsterdam;
• de bouwontwikkelingen rond de A2 in Maastricht;
• al of niet tijdelijk ophogen van de rijkssubsidiemiddelen in het ISV om de financiële haalbaarheid van herstructurering- en woningbouwprojecten in stedelijke gebieden te vergroten;
• verbetering en vernieuwing van het rioleringstelsel;
• onderhoud (en beheer) van wegennetten, ook de provinciale;
• landschapsprojecten in het kader van het recente akkoord van Apeldoorn;
• PPS-projecten van meerdere waterschappen inzake aanleg en beheer (zoals voor de Harnaschpolder).

De voorstellen betreffen op korte termijn te realiseren investeringen met een maatschappelijke impact op het gebied van energiebesparing, water, stedelijke vernieuwing en openbaar vervoer.
De eerste twee voorstellen zijn erop gericht particulieren en corporaties te faciliteren en te ‘verleiden’ tot het doen van investeringen. Het derde voorstel heeft tot doel het eerder in uitvoering nemen van zogenoemde ‘no regret’-investeringen waar alle relevante beslissingen al voor genomen zijn.

Positie bouwsector
De toegevoegde waarde van de bouw bedroeg in het afgelopen jaar 5,6% van het totaal van de toegevoegde waarde van Nederland. Daarmee zijn 467.000 arbeidsjaren gemoeid. Andere toeleverende bedrijfstakken (keukenbranche, woninginrichters e.d.) leveren een bijdrage met zo’n 155.000 arbeidsjaren. Opgeteld staat de bouw voor ruim 620.000 arbeidsjaren, dit is 9% van de werkgelegenheid in Nederland.
De sector staat er (nog) relatief goed voor, met een grote werkvoorraad, veel werkgelegenheid en goed gevulde orderportefeuilles. De vooruitzichten zijn minder gunstig, met name op de woningmarkt. Zo kan het aantal nieuwbouwwoningen terugvallen van 80.000 tot onder het niveau van de 60.000 woningen van de vorige recessie in 2003.

Noot voor de redactie, niet voor publicatie
Voor vragen over dit bericht kunt u bellen met Dé van de Riet, woordvoerder Bouwend Nederland, tel. (079) 3 252 203 of mailen naar [email protected]